De wielerronde van Noordeloos was weer één groot feest. Veel publiek, veel premies, veel strijd en héél veel sfeer. Kortom, alle ingrediënten voor een echte kermiskoers op een mooie zomeravond.
Had allemaal nog véél mooier kunnen worden als óf Wouter Mesker óf Nico Vuurens voor een plaatselijk dan wel regionaal succes had kunnen zorgen. Ze deden er in ieder geval alles aan. Reden van begin tot eind zéér attent. Mesker bijvoorbeeld, koerste in die honderd rondjes om de kerk in elke toer bij de voorste vijftien. En Vuurens had maar één gedachte. Wanneer spring ik weg uit het peloton? Half koers deed hij al een serieuze poging, waardoor de rest naar adem snakte. Zes rondjes voor het einde deed hij het nog een keer. Op magistrale wijze. Alleen Wouter Mesker en Wouter de Groot konden mee. Met de nadruk op dat laatste. Want dat ze uit de klauwen van het grote peloton bleven was enkel te danken aan het feit dat Vuurens in de laatste drie rondjes gewoon op kop door bleef trekken. Ook toen De Groot niet meer overnam. Al wist hij dat de man uit Lochem de snelste sprinter van de drie was. Maar ook Mesker kan op het eind aardig uit de voeten. En Vuurens gunde de plaatselijke favoriet de zege. Mede dankzij Mesker had hij immers in Stiphout die befaamde tiende seizoensoverwinning binnengehaald.
Te vroeg
“Maar ik was te gretig. Ik was te snel. Ik ging de sprint nog voor de bocht aan. Véél te vroeg natuurlijk”, zo besefte Wouter Mesker na afloop. “Jammer, want ik had vandaag de kracht en de macht om in eigen dorp te winnen. Toch het mooiste wat een renner kan overkomen. De hele wedstrijd kon ik voorin mee koersen. Ik wist dat Nico ’n keer zou gaan. Ik wist ook dat ik er dan bij moest zitten. Het kwam allemaal zo uit. Alleen kon ook De Groot aanpikken. Dat was een streep door de rekening. Maar ik zou niet kansloos geweest zijn als ik nog even had gewacht.”
Toch stapte ook de nummer twee met een glimlach in de decadente Porsche om zijn ereronde te rijden. Overigens is het niet zo dat Mesker, die toch een heel sterk seizoen fietst, daardoor gaat twijfelen over de vraag wat zijn eerste sport moet zijn. Fietsen of schaatsen?. “Nee, hoor. Schaatsen blijft nummer één. Dat het nu in de koers wel aardig gaat komt ook omdat het niet zo nodig moet. Het is vooral een training voor het schaatsen. Kies ik voor het fietsen dan komt ook de druk om te winnen. Dan wordt het heel anders.”
Wouter de Groot hoeft die keuze sowieso niet te maken. Hij mocht het stralend middelpunt van de ereronde zijn. Eén dag voor zijn 24ste verjaardag bezorgde de verkoper van sporttoestellen zichzelf een leuk cadeau. Overigens al weer de vijfde overwinning van dit seizoen.
“Ik moest vooral met Wouter afrekenen”, zo analyseerde hij de race. “Maar ja, dat hij zo vroeg zou aangaan, dat had ik niet verwacht. Net voor die laatste bocht. Voor mij feitelijk ideaal. Ik kon rustig het moment kiezen dat ik er overheen zou gaan.”
De derde man op het podium zag het allemaal twintig meter voor ‘m gebeuren. “Jammer, want ik had Mesker de overwinning zo graag gegund”, bekende Vuurens. “Wat werd er trouwens vanavond ongelooflijk hard gekoerst. Terwijl dit een parkoers blijft waar je toch elke seconde attent moet rijden om niet uit de bocht te vliegen. Half koers deed ik de eerste poging. Maar toen waren er nog teveel fit genoeg om de zaak weer dicht te rijden. Maar met nog zo’n twintig rondjes te gaan, begon ik toch een soort zenuwachtig te worden. Krijg ik nog wel een kans om te gaan, begon ik me af te vragen. Pas op het laatste lukte het om een gaatje te slaan.”
Bron: Hetkontakt.nl